
Atlético Madrid werd op 26 april 1903 opgericht door een groep Baskische studenten, samen met Athletic Bilbao-aanvoerder Eduardo de Acha, als de Madrileense tak van Athletic Bilbao. In 1921 werden de banden met de Baskische club verbroken, waarna de tweede prijs gewonnen werd in de Spaanse bekertoernooien van 1921 en 1926. Deze successen leidden tot een uitnodiging voor deelname aan de eerste Spaanse competitie in 1928.
In de jaren voorafgaand aan het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 pendelde Atlético Madrid heen en weer tussen de Primera en Segunda División.
Nadat veel van zijn spelers waren gesneuveld, fuseerde Atlético Madrid in 1939 met Aviación Nacional uit Zaragoza - een ploeg van de Spaanse luchtmacht - en kreeg de naam Athletic Aviación de Madrid. In 1940 veroverde de club zijn eerste Spaanse titel, geprolongeerd in 1941. In 1947 nam de club afstand van zijn militaire bijklank en kreeg hij zijn huidige naam, Club Atlético de Madrid.
De jaren 50, 60 en 70 vormden de glorietijd van Atlético Madrid. De club won La Liga in 1950 en 1951, evenals in 1966, 1970, 1973 en 1977. Ze hadden de pech dat dit ook een nog grotere glorietijd was voor aartsrivaal Real Madrid, waardoor Atlético met Barcelona mocht uitvechten wie Spanjes op één na beste was.
Het eerst Europese triomfen
Het was in dezelfde periode dat Atlético voor het eerst Europese triomfen vierde. In 1962 veroverden ze de Europa Cup voor Bekerwinnaars door in de finale het Italiaanse Fiorentina te verslaan. Het jaar daarop bereikten ze opnieuw de finale, maar die ging met 5-1 verloren tegen het Engelse Tottenham Hotspur.
In 1974 kwam Atlético akelig dichtbij het winnen van de Europa Cup I. Met een stevig fundament van Argentijnse spelers schopten ze het met gedisciplineerd en bedachtzaam spel tot de finale, waarin het grote Bayern München van Franz Beckenbauer wachtte. Atlético kwam laat in de verlenging 1-0 voor, maar Bayern perste er in de laatste minuut een gelijkmaker uit. Hierop volgde een beslissingswedstrijd die de Duitsers met 4-0 wonnen.
Bekerwinst

Kort na de verloren Europa Cup-finale van 1974 werd Luis Aragonés tot coach benoemd. De voormalige bondscoach zou uiteindelijk vier periodes als trainer van Atlético Madrid doormaken. Onder zijn leiding bereikte de club de tweede plaats in de competitie en bekerwinst in 1985, vooral dankzij de doelpunten van de Mexicaanse goalgetter Hugo Sánchez. Aragonés leidde Atlético bovendien naar weer een finale van de Europa Cup voor Bekerwinnaars, in 1986. Deze ging verloren tegen Dynamo Kiev.
In 1987 nam de controversiële burgemeester van Marbella Jesús Gil y Gil de club in handen. Hij contracteerde veel peperdure spelers, plus een stortvloed aan verschillende trainers. Deze aanpak bleek weinig succesvol en Jesús Gil werd steeds labieler en ongeduldiger tegenover coaches en spelers. Toch wist Atlético Madrid in 1996 de dubbel te veroveren. In 2000 degradeerde de club echter.
Een klassenstrijd
Atlético promoveerde weer naar de hoogste afdeling in 2002. Na de dood van Jesús Gil in 2004 en de komst van een nieuwe voorzitter werd de club stabieler, zowel op als buiten het veld. In het seizoen 2007/08 eindigden ze als vierde, waarmee deelname aan de voorronde van de Champions League werd veiliggesteld.
Atlético heeft zijn wortels in de arbeidersklasse van Zuid-Madrid en heeft als aartsvijand buurman Real Madrid, dat uit de rijkere contreien in het noorden stamt. Daardoor heeft de derby tussen beide ploegen altijd veel weg van een klassenstrijd.
De Indianen
Atlético heeft als bijnaam los indios (de Indianen). Deze bijnaam schijnt het te danken te hebben aan de vele Zuid-Amerikaanse spelers die zich in de loop der jaren in het roodwitte shirt hebben gehuld.
Atlético Madrid speelde oorspronkelijk in het blauw, maar dat veranderde in 1911. Een bestuurslid was op pad gestuurd om in Engeland een stel shirts van Blackburn Rovers aan te schaffen, maar in plaats daarvan keerde hij terug met de rode en witte strepen van Southampton.
Atlético Madrid heeft als thuishaven stadion Vicente Caldéron, waar op dit moment 55.000 toeschouwers in kunnen.
Real Madrid-legendesRaul en Juanito speelden beiden in de jeugd van Atlético voordat ze overstaken naar het Bernabeu. Ook de Mexicaanse spits Hugo Sánchez en Bernd Schuster – Real Madrids huidige trainer – speelden voor beide Madrileense clubs. Andere grote namen uit het verleden van Atlético zijn Diego Simeone, Paulo Futre, Andoni Goikoetxea, Julio Salinas, Jimmy-Floyd Hasselbaink en Fernando Torres.