Welcome to the official football website of John Heitinga
Fobazo.com - your provider of unique football experiences

Mijn ex-stadion

Officiële naam: Vicente Calderón Stadium
Locatie: Madrid
Geopend: 2 Oktober 1966
Huidige capaciteit: 54.851
Belangrijkste wedstrijden: Drie wedstrijden op het wereldkampioenschap voetbal 1982

Adres

Virgen del Puerto 67
28005 Madrid
Spanje

Tel: +34 91 366 47 07
Fax: +34 91 366 98 11
Website: www.clubatleticodemadrid.com






















































Mijn ex-stadion

Officiële naam: Amsterdam ArenA
Locatie: Amsterdam, Nederland
Geopend: 14 augustus 1996
Openingswedstrijd: Ajax - AC Milan (ITA)
Huidige capaciteit: 51.628

Belangrijkste wedstrijd:
Champions League-finale 1998: Real Madrid - Juventus

Adres

ArenA Boulevard 1-3
1101 AX Amsterdam-Zuidoost
Nederland

Tel: +31 20 3111444
Fax: +31 20 3111675
E-mail: info@ajax.nl
Website: www.ajax.nl

Club Atlético de Madrid

ATletico MadridAtlético Madrid werd op 26 april 1903 opgericht door een groep Baskische studenten, samen met Athletic Bilbao-aanvoerder Eduardo de Acha, als de Madrileense tak van Athletic Bilbao. In 1921 werden de banden met de Baskische club verbroken, waarna de tweede prijs gewonnen werd in de Spaanse bekertoernooien van 1921 en 1926. Deze successen leidden tot een uitnodiging voor deelname aan de eerste Spaanse competitie in 1928.
In de jaren voorafgaand aan het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 pendelde Atlético Madrid heen en weer tussen de Primera en Segunda División.

Nadat veel van zijn spelers waren gesneuveld, fuseerde Atlético Madrid in 1939 met Aviación Nacional uit Zaragoza - een ploeg van de Spaanse luchtmacht - en kreeg de naam Athletic Aviación de Madrid. In 1940 veroverde de club zijn eerste Spaanse titel, geprolongeerd in 1941. In 1947 nam de club afstand van zijn militaire bijklank en kreeg hij zijn huidige naam, Club Atlético de Madrid.

De jaren 50, 60 en 70 vormden de glorietijd van Atlético Madrid. De club won La Liga in 1950 en 1951, evenals in 1966, 1970, 1973 en 1977. Ze hadden de pech dat dit ook een nog grotere glorietijd was voor aartsrivaal Real Madrid, waardoor Atlético met Barcelona mocht uitvechten wie Spanjes op één na beste was.

Het eerst Europese triomfen
Het was in dezelfde periode dat Atlético voor het eerst Europese triomfen vierde. In 1962 veroverden ze de Europa Cup voor Bekerwinnaars door in de finale het Italiaanse Fiorentina te verslaan. Het jaar daarop bereikten ze opnieuw de finale, maar die ging met 5-1 verloren tegen het Engelse Tottenham Hotspur.

In 1974 kwam Atlético akelig dichtbij het winnen van de Europa Cup I. Met een stevig fundament van Argentijnse spelers schopten ze het met gedisciplineerd en bedachtzaam spel tot de finale, waarin het grote Bayern München van Franz Beckenbauer wachtte. Atlético kwam laat in de verlenging 1-0 voor, maar Bayern perste er in de laatste minuut een gelijkmaker uit. Hierop volgde een beslissingswedstrijd die de Duitsers met 4-0 wonnen.

Bekerwinst
Sergio Kun AgueroKort na de verloren Europa Cup-finale van 1974 werd Luis Aragonés tot coach benoemd. De voormalige bondscoach zou uiteindelijk vier periodes als trainer van Atlético Madrid doormaken. Onder zijn leiding bereikte de club de tweede plaats in de competitie en bekerwinst in 1985, vooral dankzij de doelpunten van de Mexicaanse goalgetter Hugo Sánchez. Aragonés leidde Atlético bovendien naar weer een finale van de Europa Cup voor Bekerwinnaars, in 1986. Deze ging verloren tegen Dynamo Kiev.

In 1987 nam de controversiële burgemeester van Marbella Jesús Gil y Gil de club in handen. Hij contracteerde veel peperdure spelers, plus een stortvloed aan verschillende trainers. Deze aanpak bleek weinig succesvol en Jesús Gil werd steeds labieler en ongeduldiger tegenover coaches en spelers. Toch wist Atlético Madrid in 1996 de dubbel te veroveren. In 2000 degradeerde de club echter.

Een klassenstrijd
Atlético promoveerde weer naar de hoogste afdeling in 2002. Na de dood van Jesús Gil in 2004 en de komst van een nieuwe voorzitter werd de club stabieler, zowel op als buiten het veld. In het seizoen 2007/08 eindigden ze als vierde, waarmee deelname aan de voorronde van de Champions League werd veiliggesteld.

Atlético heeft zijn wortels in de arbeidersklasse van Zuid-Madrid en heeft als aartsvijand buurman Real Madrid, dat uit de rijkere contreien in het noorden stamt. Daardoor heeft de derby tussen beide ploegen altijd veel weg van een klassenstrijd.

De Indianen
Atlético heeft als bijnaam los indios (de Indianen). Deze bijnaam schijnt het te danken te hebben aan de vele Zuid-Amerikaanse spelers die zich in de loop der jaren in het roodwitte shirt hebben gehuld.

Atlético Madrid speelde oorspronkelijk in het blauw, maar dat veranderde in 1911. Een bestuurslid was op pad gestuurd om in Engeland een stel shirts van Blackburn Rovers aan te schaffen, maar in plaats daarvan keerde hij terug met de rode en witte strepen van Southampton.

Atlético Madrid heeft als thuishaven stadion Vicente Caldéron, waar op dit moment 55.000 toeschouwers in kunnen.

Real Madrid-legendesRaul en Juanito speelden beiden in de jeugd van Atlético voordat ze overstaken naar het Bernabeu. Ook de Mexicaanse spits Hugo Sánchez en Bernd Schuster – Real Madrids huidige trainer – speelden voor beide Madrileense clubs. Andere grote namen uit het verleden van Atlético zijn Diego Simeone, Paulo Futre, Andoni Goikoetxea, Julio Salinas, Jimmy-Floyd Hasselbaink en Fernando Torres.

Over Ajax Ajax Amsterdam

AjaxAjax, voluit Amsterdamse Football Club Ajax, werd op 18 maart 1900 opgericht door een stel vrienden in een café in de buurt van de Dam in Amsterdam. Van oorsprong waren de clubkleuren rood en zwart, maar na een jaar koos men voor het shirt met de bekende verticale rode streep op een witte achtergrond, dat sindsdien is uitgegroeid tot een van de beroemdste voetvaltenues ter wereld.

Sinds Ajax in 1917 promoveerde naar de Eredivisie, heeft de club altijd in de hoogste regionen meegespeeld. Tot nu toe werd Ajax 29 keer landskampioen en won het 16 keer de beker. Ajax, PSV en Feyenoord worden traditioneel gezien als de drie grote clubs van het Nederlandse voetbal.

Won drie keer achter elkaar de Europacup
In 1969 speelde Ajax voor het eerst een Europacup I-finale, die uit werd verloren van AC Milan. Toch was dit het begin van de meest succesvolle periode in de geschiedenis van de club. Aangevoerd door een van de grootste namen in de voetballerij, Johan Cruijff, en onder leiding van Rinus Michels won Ajax tussen 1971 en 1973 drie keer achter elkaar de Europacup I. Met een ploeg die grotendeels bestond uit spelers uit de eigen opleiding bracht Ajax aantrekkelijk en innovatief voetbal, dat bekend kwam te staan als ‘totaalvoetbal’.

John Heitinga AjaxIn 2004 werd Johan Cruijff in het kader van een enquête van Champions, het officiële tijdschrift van de UEFA Champions League, door een deskundige jury uitgeroepen tot beste Europese speler aller tijden. De ploeg van Cruijff & Co. bezorgde Ajax naamsbekendheid en supporters over de hele wereld. Voorbeelden van andere grote namen die ooit voor Ajax speelden zijn Piet Keizer, Johan Neeskens, Ruud Krol en Sjaak Swart. In totaal hebben meer dan honderd Nederlandse internationals het Ajax-shirt gedragen.

Op het hoogste podium
Ook als trainer van Ajax was Cruijff succesvol. Hij bezorgde de club in 1987 de Europacup II met spelers als Marco van Basten, Frank Rijkaard en Dennis Bergkamp. Maar het was een andere trainer, Louis van Gaal, die de club weer een plaats op het hoogste podium bezorgde.

Ondanks het ontbreken van echte sterspelers versloeg Ajax in 1995 dankzij een doelpunt van Patrick Kluivert AC Milan in de finale van de Champions League. Het jaar daarop stond Ajax weer in de finale, die deze keer na strafschoppen werd verloren van Juventus.

De godenzonen
Intussen was het sterrenteam, dat de bijnaam ‘de godenzonen’ kreeg omdat de spelers werden gezien als waardige opvolgers van de generatie van het totaalvoetbal, uiteengevallen. Spelers als Clarence Seedorf, Edgar Davids, Ronald en Frank de Boer, Edwin van der Sar en de Finse aanvaller Jari Litmanen waren stuk voor stuk overgestapt naar topclubs in de rijkste competities van Europa.

Behalve vier keer winst in de Europacup I/Champions League bevat de erelijst van Ajax een UEFA Cup (1992), drie Europese Supercups (1973, 1974 en 1996) en twee wereldbekers (1972 en 1995).

De succesvolle generaties uit de jaren '70 en '90 hadden met elkaar gemeen dat ze allebei grotendeels afkomstig waren uit de jeugdopleiding van Ajax, die al tientallen jaren bekendstaat als een van de beste kweekvijvers van voetbaltalent ter wereld.

Afscheid van het oude stadion
In 1996 nam Ajax afscheid van het oude stadion en verhuisde de club naar de nieuwe, indrukwekkende en multifunctionele Amsterdam Arena.

De club blijft onophoudelijk topvoetballers afleveren, met als laatste lichting spelers als Johnny Heitinga, Wesley Sneijder (nu Real Madrid), Ryan Babel (Liverpool), Rafael van der Vaart (Hamburger SV) en Maarten Stekelenburg. Hoewel de club het de laatste jaren moeilijker heeft op het Europese voetbaltoneel, is Ajax samen met PSV altijd een kanshebber voor het landskampioenschap.
In actie voor Ajax
EXCLUSIEF VOOR FOBAZO